Stadsbrand

Brandslachtoffers?

150 jaar na de stadsbrand van 7 mei 1862 bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de vraag: heeft deze ramp ook dodelijke slachtoffers geëist en zo ja, hoeveel?

Deze vraag wordt inmiddelds bevestigd in een onderzoek naar de beschrijvingen van en over de stadsbrand. Achttien maal meldt men dat er dodelijke slachtoffers te betreuren zijn, twee maal dat er geen enkel slachtoffer is gevallen. In aantallen komen twee of drie slachtoffers het meeste voor.

De beantwoording van deze vraag is lastig omdat vrijwel alle oorspronkelijke registers van de gemeente verbrand bleken te zijn. Onmiddellijk na de ramp probeerde men de gegevens van de burgerlijke stand zo snel mogelijk opnieuw neer te schrijven. Mensen werden opgeroepen om bij het tijdelijke gemeentehuis hun gegevens kenbaar te maken. Verschillende bewoners maakten melding van sterfgevallen. Zo zijn er vier overlijdensakten opgemaakt tussen 7 en 9 mei 1876. Deze zijn mogelijke slachtoffers van de brand. Het gaat om de 18-jarige fabrieksarbeider Gerrit Platvoet, de 71- jarige Margaretha Holtkamp, de 70-jarige Annetje Muller en een doodgeboren kind van de familie Heupers.

De eerste drie namen komen verschillende keren voor in beschrijvingen van de brand. Het doodgeboren kind wordt maar een keer vernoemd. Er is sprake van een kraamvrouw die in een ton de brandende stad wordt uitgedragen. Het is echter onbekend of deze kraamvrouw mevr. Heupers is. Mocht dit het geval zijn, dan is het mogelijk dat de stadsbrand invloed heeft gehad op de geboorte van het kind. De reden van overlijden van het kindje is niet bekend en kan dus niet met zekerheid met de brand in verband worden gebracht.

Over de 18-jarige Gerrit Platvoet kunnen wij meer te weten komen. Verschillende krantenberichten en persoonlijke getuigenissen melden dat er tijdens- of vlak na de stadsbrand, een zieke jongeman is overleden. Van de aanwezige overlijdensakten kan enkel die van Gerrit Platvoet duiden op de omschrijving: ‘een jongeman’. Het blijft echter onduidelijk of zijn doodsoorzaak aan een ziekte, aan de stadsbrand, of een combinatie daarvan valt te wijten.

Verschillende beschrijvingen van de brand vermelden verder dat in de Zuiderhagen het verkoolde lichaam van weduwe Grevenstuk werd aangetroffen. Een zekere Annetje Muller trouwde op 31 oktober 1835 met Antonij Grevenstuk en woonde aan de Zuiderhagen. Haar echtgenoot overleed echter op al voor de stadsbrand. De weduwe Grevenstuk die tijdens de stadsbrand van 7 mei 1862 overleed is dus hoogst waarschijnlijk op de overlijdensakte opgegeven met haar meisjesnaam Annetje Muller.1862 Kaart Enschede na de stadsbrand

De overlijdensakte van Annetje Muller vermeldt dat haar dood is aangegeven door stadsbode Hendrik Hemken. In beschrijvingen over de brand wordt meerdere malen melding gemaakt van een reddingsactie tijdens de brand door deze bode. Hendrik Hemken zou een vrouw uit een brandend huis hebben gered, zij zou echter de volgende dag overlijden aan haar verwondingen. Omdat Hendrik Hemken het overlijden van Annetje Muller heeft aangegeven is het plausibel om te concluderen dat zij de geredde persoon is. Deze redenering is echter niet in overeenstemming met de vermelding van een verkoold lichaam. De vrouw die wel in dit reddingsverhaal past is Margaretha Holtkamp. Zij overleed op 8 mei 1862, één dag na de stadsbrand, wellicht aan haar verwondingen.
Aan de hand van bovenstaande gegevens kan er geen definitief antwoord worden gegeven op de vraag:  ‘zijn er dodelijke slachtoffers gevallen naar aanleiding van de stadsbrand in 1862? Het beschreven onderzoek laat navolgbaar een waarschijnlijk antwoord zien.

Door de overlijdensacten die zijn opgemaakt in de dagen vlak na de brand kunnen wij de overleden personen een naam geven:

Annetje Muller (weduwe Grevenstuk) en Margaretha Holtkamp zijn vrijwel zeker in de brand omgekomen. Het derde slachtoffer zou Gerrit Platvoet kunnen zijn, een vierde mogelijke slachtoffer was het doodgeboren kindje van de familie Heupers.

Afbeelding: Tekening op basis van het stadsplan uit 1862. In oranje aangegeven zijn alle verbrande huizen. De zwarte blokken zijn gebouwen die zijn blijven staan. In blauw in de grachtenring te zien met de twee enige officiële in- en uitgangen uit de stad. Tekening Adrie Roding. Stadsarchief Enschede.